Het platform Sense & Care

Sense & Care is een platform wat onderdeel is van Jeanne Dekkers Architectuur. Het platform werkt aan onderzoek naar de zintuiglijke beleving van onze gebouwde omgeving. In architectuur wordt veel gesproken over sfeer en beleving, terwijl dit meestal blijft hangen in termen en beelden. Het analyseren van beleving en sfeer vereist meer studie om een zo goed en passend mogelijke sfeer te verkrijgen.

In het onderzoek hebben wij de beleving geanalyseerd binnen de werking van de verschillende zintuigen en deze werking gekoppeld aan de in de gebouwde omgeving te onderscheiden maatgebieden. Daardoor is het mogelijk geworden om de zintuiglijke beleving om te zetten in ontwerp tools, welke leiden tot een programma van beleving. Het gebruikelijke programma van eisen , waarin de harde eisen worden geformuleerd, kan daardoor uitgebreid worden met het programma van beleving, waardoor de gewenste sfeer en beleving in het ontwerpproces doelbewust wordt ingezet. Voor opdrachtgevers en architecten een zeer wenselijke aanvulling voor het welslagen van een mooi project en proces. Door deze nieuwe formule wordt het abstracte begrip sfeer omschreven in een heldere taal hetgeen wordt ingezet binnen ontwerptrajecten en de besprekingen met de opdrachtgeve

 

Nieuws

Genomineerd voor de Creative Heroes Award

Jeanne Dekkers is genomineerd voor de Creative Heroes Award in de categorie 'interieur/ beste creatief', door het opzetten van het onderzoeksplatform 'Sense & Care'. Middels dit onderzoek analyseren wij de zintuiglijke beleving van gebouwde omgeving. In architectuur is dit een veelvoorkomend onderwerp en van groot belang voor het welslagen van een ontwerp.De beleving wordt wel genoemd in termen van sfeer, maar niet verder onderbouwd.

Minisymposium ‘Ontwerpen voor de zintuigen’

Donderdag 19 mei heeft Anton Zoetmulder van Jeanne Dekkers Architectuur een lezing gegeven op het minisymposium 'Ontwerpen voor de zintuigen' in het NAI. Onderwerp van de lezing was het Sense&Care platform en het daarin ontwikkelde Programma van Beleving. Waar het Programma van Eisen het harde, technische eisenpakket omvat, geeft het Programma van Beleving een zintuiglijke aanvulling hierop. Andere sprekers waren Femke Feenstra van dJGA en Toine Schoutens van FluxPlus.

SCAC cafe

Woensdag 3 juni organiseerde het platform Sense and Care de vierde editie van SCAC- Sense & Care Architectuurcafé. Dit keer was het thema “Zintuiglijke beperkingen.” Waarbij er door Els Smith, consulent bij de Koninklijke Visio, een presentatie werd gehouden over hoe en waar er rekening mee moet worden gehouden betreft slechtzienden in de openbare omgeving. Door middel van brillen en oefeningen werd er duidelijk dat er ontzettend veel verschillende oogaandoeningen zijn en hoe moeilijk het is om simpele taken zoals het herkennen van een bal en het vangen ervan uit te voeren. Ook werd het duidelijk dat veel openbare ruimten niet geschikt zijn voor slechtzienden, en het belang van het toepassen van ribbeltegels en noppen vaak verwaarloost wordt. Aansluitend werd het afstudeer project “Op het eerste geZICHT” van Maaike Krijnen gepresenteerd. Het project omvatte een herbestemming, waarbij een hotel werd ontworpen voor blinden. Het hotel, welke ook een Hamam en chocoladebar bevat, begeleidt de blinden door middel van geluid en aanraking door het gebouw. De avond werd gesloten door middel van een gezellige borrel en live muziek van pianiste Rosalie Zoetmulder.

Afronding eerste uitvoering ‘Plan van Beleving’

Het eerste plan van beleving is in de laatste fase. Het betreft een verslag waarin wordt beschreven waar de beleving van het project aan moet voldoen. Door middel van maatgebieden en belevingsprofielen wordt bepaald hoe elke ruimte beleeft moet worden. Het eerste plan is voor het Landgoed Huize Bergen te Vught. Een landgoed in een boomrijke omgeving, waarbij er een herbestemming plan is ontworpen om meer hotelkamers en conferentie zalen te creëren, en de verdeelde elementen één te laten worden.

Lezing over zintuiglijke beleving op Rondeel Architectuurcentrum

Op 9 April gaf Jeanne Dekkers een lezing over zintuiglijke beleving. Onder het thema ruimtebeleving van de expositie ‘Over ruimte’ gingen Jeanne Dekkers en Richard Boerhop in op hun visie over het onderwerp vanuit hun eigen professie. Jeanne Dekkers vertelde over haar onderzoeksplatform ‘Sense and Care’ dat onderzoek doet naar de zintuiglijke beleving van de door ons omringende omgeving. Uitgangspunt van het platform Sense & Care is dat iedereen belang heeft bij een omgeving die prettig en vertrouwd aanvoelt. De aandacht richt zich op zowel de ‘gewone’ mens in het dagelijks leven als op mensen die in omstandigheden verkeren, waarbij de gebouwde omgeving van groot belang is voor het welbevinden en deze dus met de grootste zorgvuldigheid ontworpen dient te worden. Hierbij kan gedacht worden aan specifieke doelgroepen als ouderen, mensen met een psychisch probleem, visueel gehandicapten, slechthorenden of kinderen met leerachterstand. Het werd een zeer leerzame en geslaagde avond.

Voor meer informatie kunt u kijken op Rondeeldeventer.nl

Jeanne Dekkers geeft lezing op de Academie van Bouwkunst

Dinsdag 31 maart heeft Jeanne Dekkers samen met Femke Feenstra een lezing bij de Rotterdamse Academie van bouwkunst gegeven. Het thema van de avond ging stond in het thema van de zintuiglijke beleving van ontwerpen. De avond begon met  een geblinddoekte introductie van Henri Snel, oprichter van Alzheimer-architecture. Vervolgens introduceerde Jeanne Dekkers in haar lezing ‘zicht op zin’ hoe de zintuiglijke beleving ook een oplossing kan zijn bij het ontwerpen van gebouwen voor bepaalde doelgroepen. Daarbij lichtte ze toe op welke manier zintuiglijke beleving gebruikt kan worden. De laatste lezing, gegeven door Femke Feenstra, ging over haar eindproject ‘Huis voor alle Zinnen.’ Waarbij de zintuigen en de belevingswereld van bepaalde ruimtes in de door haar ontworpen psychiatrische inrichting, helpen bij het herstel proces van patiënten. De avond werd afgesloten met een borrel en de mogelijkheid om de Sense & Care tentoonstelling te bezichtigen.

Sta even stil in het voorbij gaan

In het voorbijgaan van de Pastoor van Ars kerk ga je voorbij zonder op merken. Je ziet een betonstenen volume, hoekig en verborgen achter het water in het groen. Een niet aandachttrekkend gebouw, niet uitnodigend om naar binnen te gaan. Jullie zijn hier binnen gekomen, het is bijzonder om in deze kerk te zijn.

Ik kwam hier voor het eerst binnen met mijn dochter, die hier een bijeenkomst had van de Thomas Stichting, Een liefdadigheidsstichting die scholen bouwt in India. Mijn dochter was daarvoor in India geweest en na afloop was hier een bijeenkomst met een Indiase delegatie. Ik was blij dat ik hier eindelijk binnen was, het was een openbaring. Daarna ben ik regelmatig hier geweest, afspraak met mensen van de kerk, afspraak met studenten en architecten om deze schat verborgen in betonstenen huid te ondergaan.

Aldo van Eyck, de architect van de van Ars kerk, de architect, die het gewone herontdekt heeft. Het gewone leven als inspiratie bron voor de architect. Het gewone, van gewoon licht, gewoon materiaal, stenen, beton, hout, glas en staal. Zonder poespas, gewoon gemaakt.

Aldo van Eyck leefde van 1918 tot 1999, groeide op in Engeland zijn vader was dichter, studeerde in Zurich. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde hij naar Amsterdam waar hij bij de gemeente Amsterdam werkte. Daar zette hij zich in voor kinderspeeltuinen in de binnenstad, waar hij bekendheid mee verwierf. In 1951 startte hij zijn eigen bureau. Hij participeerde in de CIAM een groot internationaal symposium waar architecten en stedenbouwers discussieerden over het vak en de toekomst. Daarin werd het einde van het functionalisme verkondigd door onder andere Aldo van Eyck. Het functionalisme, dat zich uitte in grote gebouwen als machines, waar de mens zich klein voelde. Aldo met medestanders uitten hun ideeën in het blad Forum, en propageerden de menselijke maat, klein en groot, van stoel tot stad. Samen met de Cobrabeweging met kunstenaars als Appel, Constant, Corneille, Lucebert en anderen richten zij tentoonstellingen op in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Afrika, Mali, de primitieven waren hun inspiratiebron. Mali, de Dogon werd door de architecten bezocht. Op zoek naar de wortels van de architectuur, het verblijf van mensen. De menselijke schaal. In deze periode kreeg Aldo opdracht voor deze kerk. 

De Pastoor van Ars kerk ontstaan en gebouwd van 1964 tot 1969.

Hoewel Aldo niet gelovig was kon hij natuurlijk wel religieuze ruimte ontwerpen. Hij kreeg als mentor de katholieke benedictijner monnik Dom van der Laan toegewezen. Dom had de Bossche school opgericht waarin hij onderwees in de door hem opgezette leer van het Plastische getal. Het plastische getal als leer voor het ontwerpen van ruimten mondt uit in getallen reeks die leidend is voor de maatvoering van de gebouwen door hem en zijn na volgelingen ontworpen. Het meest bekende voorbeeld is het klooster te Mamelis nabij Vaals. Een uiterst sobere architectuur met een sterke ruimtelijke werking. De visie op architectuur van Aldo van Eyck  en Dom van der Laan vulden elkaar goed aan.

Deze kerk werd ontworpen als een straat waarlangs en waarin het leven zich afspeelt. Aan de straat plekken voor ontmoeting en gebeurtenissen. De straat vanaf de straat naar het groen het bos, dat achter de kerk is gelegen. Een straat, die de woonwijk verbindt met het bos. Als een wandeling, waar je even stil staat in het voorbijgaan. In de meest brede zin, echt stilstaan, stilstaan bij het leven en de dood.

Zo ligt de kerk erbij, als een oester gesloten, maar als je stilstaat en je naar binnenkomt, ontsluit de binnenkant zich als een wereld van verstilling, van glinsterend licht, en sta je even stil in het voorbij gaan van de plek, het leven het alles. Wat is het mooi! Sta even stil en kijk naar wat je ziet. Een dichte doos gesloten door een deur. De deur die opent, kijk naar de deur, kijk naar de details, daar waar het scharnier meer draagt is het groter en sterker, kijk naar de opbouw van de ruimten, de treden, de rondingen, de sequentie van ruimten bij het binnenkomen, als een ritueel. De vloer, kan het eenvoudiger, gewoon beton, het is de eenvoud en de kracht van het gewone. De hoogteverschillen, de hoogte van de straat als ware het een buitenstraat, omzoomd door plekken, plekken om je terug te trekken tot jezelf te komen of om te ontmoeten. De hoge straat als de hoofdstraat uit de kasba in Marokko. De kerkruimte daarentegen is laag en aanraakbaar. Het licht dichtbij, een gewone lage ruimte. Je wordt niet stil zoals in een gewone kerk van de onmenselijke hoogte, je wordt stil van de eenvoudige nabijheid van het licht. Kijk naar de constructie, betonnen balken. De oplegging gemaakt zoals de krachten lopen en vlak voor de oplegging laat de balk los, een spleet. De oplegging wordt ornament, gewoon en eerlijk, met de aanwezige materialen. Het licht dichtbij. De Papieren bollen, mijn kinderen vinden ze ouderwets, hippie achting. Ze zijn dan ook door de kerk vervangen door glazen bollen, maar na een bezoek van Aldo aan de kerk zijn ze weer door papier vervangen. De lichtheid van de papieren bollen laat ze vieren in de beweging van de lucht. Het is bijna niks, papier, maar ontegenzeglijk een schoonheid.

De Plekjes in de kerk, Maria, de kaarsjes, de biechtruimten de ontmoetingsruimte en het orgel. Alles is in zijn eenvoud van een ongelooflijke kracht. Aldo van Eyck op zijn best.

Dit gebouw is van enorm belang in het oeuvre van de architect. Puur en sterk, het verdient om een monument, een rijksmonument te worden. Het verdient bij het afnemen van het kerkbezoek een gepaste functie te krijgen waarbij verstilling, ontmoeting en de kracht van het gewone voorop staat. Niet de overvloed maar de essentie van het weinige. Daar waar mensen weer opnieuw het licht zien, in welke betekenis dan ook. Daar helpt deze kerk bij, daar helpt dit gebouw mee.

In deze tijd van crisis, bezinning en herbezinning in de bouw is de opvatting van Aldo van Eyck weer actueel. Ontwerpen voor gewone mensen als uitgangspunt en niet voor de buitenkant,  de  glanzende glamourachtige staketsels, die inmiddels vele steden sieren. Die tijd is voorbij. We moeten weer met minder ontwerpen en bouwen. Daarom is deze kerk, daarom is het werk van Aldo van Eyck een voorbeeld voor de nieuwe jonge generatie. Studenten uit de hele wereld bezoeken deze kerk.

Een aantal mensen, ik noem ze niet, die er voor hebben gezorgd en zorgen er nog steeds voor deze kerk, Zij koesteren deze, verdedigen deze in de geest van Aldo van Eyck maar ook de geest van religie. Dank zij hen staat deze kerk er zo fantastisch bij.  Als een oester aan de buitenzijde, aan de binnenzijde herbergt zij een geheim van waarde.

Ik zou u allen willen vragen u in te zetten om dit gebouw te behouden en wellicht voor de toekomst een passende functie te bedenken. Dit kan zeker lukken als dit mooie gebouw, monument, rijksmonument wordt.

Ik ben blij op deze wijze een steentje bij te dragen. Dank u wel.

25 maart 2015, Jeanne Dekkers